Context

Werkwijze

Het kunstwerken zijn onmiskenbaar schilderijen maar alle dimensies van een werk worden overwogen. De vorm en afmetingen van de drager bepalen, via een eenvoudig gegeven of een wiskundig fenomeen, de vlakverdeling. In een serie worden de verschillende mogelijkheden in kleurverdeling systematisch toegepast zonder in herhaling te vallen. Van belang is dat de compositie in een simpele beredenatie "klopt" en de variaties op een thema vanzelfsprekend zijn en in een serie een afgerond geheel vormen. Het onderzoek is vooral een intuïtief proces; onderbouwing waarom het beeld in absolute zin zou kloppen, of uitdiepen of verklaring van de logica, is niet van belang. Het gaat om het resultaat: een werk dat uit systematiek voort is gekomen en niet als een illustratie van het gebruikte systeem. Het komt voort uit reacties op het uitgangspunt en vindt, als in een natuurlijk proces, een vorm. In dit ontstaansproces is de kunstenaar als uitvoerder de schakel tussen het idee en de fysieke werkelijkheid van het kunstwerk.


Vanaf 1996 is in een vast olieverf-palet van zeven kleuren, kleurcombinaties gekozen die een sfeer maken in abstracte zin maar ruimtesuggestie of associaties door kleur vermijden. Dit leidde tot een serie schilderijen waarin verschillende compositie-mogelijkheden in sfeer en balans werden uitgewerkt.

Sinds 2006 worden kleurcombinaties in serie uitgevoerd binnen een palet van vier kleuren Golden acrylverf: zwart, licht geel, cyan en quinacridone magenta. Naast het kleurenpalet en de manier waarop de verf is aangebracht, is in de afwerking van het doek of paneel de eigen grammatica duidelijk te herkennen.

Na 2012 worden eenvoudige lineaire kleurverlopen toegepast met soms simpele mengvormen van 2 van de 4 kleuren voornamelijk in de 3-D serie schilderijen.


Presentatie

De titels van de werken zijn nummers en geven de positie van een werk in de serie en het hele oeuvre weer, deze volgorde is niet per se chronologisch. Het eerste cijfer bepaalt de serie. Binnen een serie worden verschillende hoofdthema's gebruikt. Deze zijn herkenbaar in de het tweede titel- letter of -cijfer (f voor fase, 3 voor 3-D, z voor kleurverlopen). Als er geen specifiek thema is gebruikt staat het cijfer voor een ontwikkeling. Het cijfer 0 staat dan voor de eerste werken. Het laatste cijfer is de titel staat voor de opeenvolging binnen de reeks.

De titels zijn dus zeker niet strict maar komen voort uit een gevoelsmatige logica net als de werken zelf. Bij expositie wordt de context zo ver mogelijk gestileerd in een stijl van de schilderijen. Deze stilistische signatuur versterkt de herkenbaar van het oeuvre als een geheel.


Het fenomeen schilderij

De verspreiding van een verhaal, visie of stelling via een schilderij is niet langer zinvol nu massamedia tot ieders beschikking staan en kunst voor iedereen gemaakt wordt. Hoe vaak heeft u een afbeelding van "de Mona Lisa" gezien en hoe vaak (en goed) heeft u dat schilderij werkelijk kunnen zien? Uiteraard denkt iedereen in eerste instantie nog aan het schilderij maar in hoeverre is het bestaan van "de Mona Lisa" nog afhankelijk van het fysieke schilderij bij vergeleken het fenomeen in alle andere media? In mindere mate geldt dat voor elk schilderij maar is de symbolische waarde de kern van een schilderij? En hoe verhouden de fysieke kwaliteiten zich dan tot het fenomeen? Door zijn fysieke vorm heeft een hedendaags schilderij automatisch een connectie met de kunstgeschiedenis van de westerse cultuur. Als archetypische vorm van kunst draagt de schilderkunst een kunsthistorische en artistieke context in zich mee en is zo gezegd de pretentieuze drager van het meme "Kunst". Formele schilderkunst sluit in fysieke vorm naadloos aan op de historische, modernistische traditie maar in hedendaagse kunst is het context bewustzijn meer van belang dan de status van het medium. Zoals bijvoorbeeld post-moderne kunstenaars in een alledaagse omgeving kunst presenteren is met een neo-modernistische benadering de schilderkunst een gekozen context. Formele kunst richt zich op waarneming, op wat er werkelijk te zien is, want de kunstenaar heeft niet de bedoeling iets anders te tonen dan dat en ziet de maker als irrelevant. Het is aan de toeschouwer om de kwaliteit van kleur, materiaal en compositie te beleven en er gedachten over te ontwikkelen met of zonder een besef van de kunst-context en de status van de maker. In die zin is het artistieke onderzoeksveld verruimd en zet de traditie van vooruitgang in de kunst zich meer voort in conceptueel bewustzijn dan in vernieuwing door ontwikkeling in vorm en stijl.


Formalisme

In het formalisme is de vorm het doel. Het behelst de formele aspecten van het werk zoals de afmetingen, beeldelementen en materiaalgebruik – kortom alles wat een schilderij in intrinsieke zin is. De waarde van het beeld of de overdracht van een verhaal of idee wordt genegeerd. Formalistisch schilderen is "intrinsiek" schilderen; reageren op het materiaal en het effect van kleur. Systematiek en logica waarbinnen het ontstaansproces plaatsvindt zijn zonder bijbedoelingen, anders dan het schilderij te laten zijn. De fysieke vorm geeft een onvoorstelbaar resultaat dat fascineert door de wisselwerking die ontstaat tussen uitgangspunt en vormgeving en de esthetische sensatie van direct oogcontact met materie en de kwaliteit van kleur. Het inzoomen op het schilderij of, anders gezegd: het minimaliseren van de wereld erbuiten, is niet als statement bedoeld maar een gevolg van de concentratie op het schilderij. In de formele benadering is het werk geen medium voor het overbrengen van een verhaal of de representatie van persoonlijke gedachten of werkelijkheid. Door het negeren van inhoud wordt het kunstwerk bevrijd van de discussie over wat de kunstenaar ermee bedoeld kan hebben en hoe het geïnterpreteerd zou moeten worden, en wordt het een autonoom gegeven dat door iedere toeschouwer op een eigen manier beleeft kan worden.


Historische context

De volgende kunsthistorische stromingen, bewegingen en kunstenaars zijn belangrijke inspiratiebronnen.


Stromingen en bewegingen


Kunstenaars

  • Jan van Eyk [1390 - 1441]
  • Pieter Saenredam [1597 - 1665]
  • Èdouard Manet [1832 - 1883]
  • Henri Matisse [1869 - 1954]
  • Piet Mondriaan [1872 - 1944]
  • Kasimir Malevich [1878 - 1935]
  • Marcel Duchamp [1887 - 1968]
  • Josef Albers [1888 - 1976]
  • Gerrit Rietveld [1888 - 1964]
  • Lucio Fontana [1899 - 1968]
  • Mark Rothko [1903 - 1970]
  • Barnett Newman [1905 - 1970]
  • Max Bill [1908 - 1994]
  • Ad Reinhardt [1913 - 1967]
  • Ellsworth Kelly [1923 - 2015]
  • Kenneth Noland [1924 - 2010]
  • Robert Rauschenberg [1925 - 2008]
  • Donald Judd [1928 - 1994]
  • Sol LeWitt [1928 - 2007]
  • Yves Klein [1928 - 1962]
  • Jasper Johns [1930]
  • Bridget Riley [1931]
  • Bernd Becher [1931 - 2007] - Hilla Becher-Wobeser [1934 - 2015]
  • Gerhard Richter [1932]
  • Frank Stella [1936]
  • Daniel Buren [1938]
  • Imi Knoebel [1940]
  • Blinky Palermo [1943 - 1977]
  • Jan Andriesse [1950]
  • Herbert Hamak [1952]
  • Peter Halley [1953]
  • Anish Kapoor [1954]
  • Jan Maarten Voskuil [1964]
  • Ian Davenport [1966]
  • Jens Wolf [1967]
  • Peter Davis [1972]
  • Esther Tielemans [1976]